![]() |
|
Home | CODA | Stichting CODA | DOHK | Nieuws | Agenda | Veelgestelde vragen | Publicaties |
Dovengeschiedenis| Levensverhalen | Door CODA's | Contact |
Levensverhalen

Als ik van huis vertrek is
het nog donker. De zon komt langzaam op en het landschap trekt voorbij. Als ik
aankom op de plaats van bestemming schijnt de zon volop. De meeuwen vliegen
hoog in de lucht. Het lijkt wel vakantie. Ik ben op weg naar een coda voor een
interview. Eenmaal aangekomen bij S. begint zij haar verhaal.
“Ik ben geboren in
Terneuzen. Ik heb daar een lange tijd gewoond en woon sinds een jaar in een
dorpje. Ik heb twee kinderen. Een dochtertje van 6 jaar en een zoontje van
bijna 5.” S. kreeg al vroeg kinderen en is voortijdig gestopt met school. Ze is
op zoek naar werk/een studie en heeft nu eindelijk tijd voor zichzelf gevonden.
S. is 25 jaar. Ze heeft een
Indonesische moeder en een Nederlandse vader. Daarnaast heeft ze een horend
zusje van 19 jaar. “Mijn ouders zijn allebei doof geworden door een
hersenvliesontsteking op jonge leeftijd. Ze hebben beiden in Sint
Michielsgestel op school gezeten. Mijn vader is bankwerker geworden en mijn
moeder huisvrouw. Mijn beide ouders komen uit een horende familie. Mijn moeder
heeft een sterke band met haar familie. Ze komt uit een groot gezin. Ik ben in
een warm gezin opgegroeid. Mijn vader heeft altijd bij Phillips gewerkt. Het
was een veilig thuis. Ik communiceer met mijn ouders via spraakafzien. We
gebruiken geen gebaren, wel maak ik veel gebruik van mijn handen bij het
spreken.”
“Hoe ouder ik werd, hoe
meer ik de rol in huis kreeg om te zorgen en te regelen. Naarmate ik ouder
werd, werd ik onzekerder. Ik voelde me anders dan mijn vrienden. Mijn eigen
ontwikkeling was niet zoals het hoorde. Ik ging overal in mee. Toen ik 12 jaar
was, kwam ik via school in contact met het RIAGG. Ik moest hier eens in de twee
weken naar toe. Ik vond dit maar niks. Ik werkte hier aan mijn onzekerheid en
het geen nee durven zeggen. Ik dacht niet aan mezelf. Ik weet nog goed dat ik
vroeger bij een vriendje thuis was. We hadden net gezwommen en hadden allebei
reuze honger. Mijn vriendje had niet veel in huis en maakte een pizza. Hij
vroeg of ik ook een stuk wou, maar ik dacht ‘hij heeft zo’n honger, laat hem
het maar opeten’”.
“Toen ik 16 jaar was ging
op een dag de telefoon. Het was een mevrouw die
belde over huren en kopen van woningen. Ik had een afspraak voor mijn ouders
gemaakt met deze vrouw over hypotheekadvies. Mijn ouders vertelde toen dat ze
een huis wilden kopen. Ik heb dit van het begin tot het einde begeleid. Ik wist
niks van hypotheken en offertes en deed heel erg mijn best om het voor mezelf
en mijn ouders duidelijk te krijgen. Ik had er echter veel moeite mee om na het
gesprek uitleg te geven. Ik kreeg het erg zwaar en lag vaak huilend op bed.
Mijn ouders hadden dit niet door. Ze zeiden tegen mij dat ik horend was en zij
doof en dat ik moest helpen. Zij dachten er heel makkelijk over: ‘jij luistert
en vertelt vervolgens het verhaal aan ons’, maar het was veel meer dan dat. Ik
had moeite met uitleggen en dit frustreerde mijn ouders en mezelf. Ik gaf een
grote mond en liep dan weg. Ik ging ook mee naar de notaris en de makelaar.“
“Snel daarna heb ik een
relatie gekregen met mijn huidige vriend. Ik heb veel met hem gepraat. Ik werd
door hem begrepen. Hij nam tijd voor mij en heeft veel gevoel in mij
losgemaakt. Ik ben toen begonnen met dagbehandeling. Dit was drie dagen per
week voor negen maanden. Ik had geen structuur meer voor mezelf en door de
behandeling kreeg ik deze weer terug. Sindsdien ben ik veel sterker geworden.
Vorig jaar ben ik met de dagbehandeling gestopt. Ik heb nu veel meer rust
gekregen sinds ik in dit dorpje woon. Mijn ouders wonen niet meer om de hoek en
hierdoor krijg ik lucht. Ik kan me nu weer concentreren en ook weer boeken
lezen. Ik vind dit heerlijk.”
“Anderhalve jaar geleden
heb ik mijn moeder alles verteld over hoe het voor mij is geweest. We hebben
allebei gehuild. Mijn moeder was zich niet bewust. Hierdoor kwam er meer begrip
en hebben we een betere band gekregen. We zijn meer naar elkaar toegetrokken en
ik heb meer geduld. Ik zie nu ook veel meer de positieve dingen van het zijn
opgegroeid met dove ouders, zoals het geduld hebben met mensen dat ik heb. Ik
heb ook nooit snel een oordeel over mensen. Ik help graag en haal hier
voldoening uit. Ik kan nu goed mijn grenzen aangeven. Ook kan ik snel dingen opslaan
in mijn geheugen. Daarnaast kan ik goed luisteren. Ik zie wat ik heb meegemaakt
als een les in het leven voor mezelf. Ik ben er sterker uitgekomen.”
Sonja Ursem