3 juni 2004
Leer je baby gebarentaal voor hij kan spreken
Amerikaanse psychologen ontwikkelden een revolutionaire en tegelijk heel eenvoudige
methode om een horende baby vanaf negen maanden gebarentaal aan te leren. Gebaren
die net zo gemakkelijk zijn als gedag zwaaien en die je toelaten met je kind te
communiceren nog voor het kan spreken. Gedaan met raden of je uk honger, dorst
of pijn heeft, voortaan vertelt hij het je zelf.
Gebarentaal voor horende baby's is een vondst van de Amerikaanse psychologen
Linda Acredolo en Susan Goodwyn. Achterliggende theorie is dat kinderen minstens
een half jaar sneller dingen begrijpen dan dat ze ze kunnen verwoorden. Die onmogelijkheid
tot verwoorden leidt niet zelden tot grote frustraties bij baby én ouders. Maar
baby's communiceren wel degelijk. Vele ukken zwaaien nog voor ze één jaar zijn
spontaan gedag. Dat bracht de psychologen op het idee babygebaren te ontwikkelen.
Door iedere keer bij het uitspreken van een woord een bijhorend gebaar te maken,
maak je je kind duidelijk dat daar een begrip bij hoort. Het best is te beginnen
met eenvoudige woorden als drinken (duim tegen mond en drinkgebaar maken), hond
(tong uit de mond en hijgen) en bloem (hoorbaar snuiven en neus optrekken).
Omdat baby's zo graag willen communiceren, bedenken ze vaak spontaan manieren
om zich uit te drukken. Ze fladderen met de armen als ze vogel bedoelen, knikken
om instemming te betuigen. Gebarentaal voor baby's is dus eigenlijk een natuurlijke
taal.
Met je kind communiceren nog voor het kan spreken, levert niet alleen het voordeel
op dat je niet langer moet raden of je kind huilt omdat het honger heeft, dorst
of pijn heeft, of gewoon moe is. Baby's die de gebarentaal beheersen, zouden ook
eerder kunnen praten en een rijkere woordenschat hebben.
Volgens een onderzoek kennen gebruikers van babygebaren op tweejarige leeftijd
gemiddeld vijftig woorden meer dan hun leeftijdgenootjes. Als ze drie zijn, zeggen
en verstaan ze woorden waar andere kinderen pas op vier jaar aan toe zijn. Hoe
komt dat?
We komen met maar liefst 100 tot 200 miljard hersencellen op de wereld, maar
ontwikkelen pas later de miljarden en miljarden verbindingen tussen deze neuronen.
Die zijn nodig om verbanden te zien. Hoe vaker een kind met een uitdaging geconfronteerd
wordt, des te sneller komen de verbindingen tot stand en worden ze versterkt.
Telkens als een baby een gebaar ontdekt waar hij zich mee kan uitdrukken, wordt
het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor taal en denken een beetje
meer ontwikkeld. Gebarentaal zou bijgevolg ook de intellectuele en emotionele
groei bevorderen. Wie zich snel verstaanbaar kan maken en zijn gevoelens onder
woorden kan brengen, hoeft zijn frustratie niet in driftbuien af te reageren.
De meeste baby's zijn tussen de negen en twaalf maanden rijp voor gebarentaal,
maar wetenschappers raden ouders aan niet alleen naar de leeftijd te kijken. Veel
belangrijker is erop te letten of je kind al belangstelling toont voor communicatie.
Dat merk je als je kind een verhoogde interesse voor mensen en dingen gaat tonen,
en vooral als het mensen gaat gebruiken om iets te weten te komen over dingen.
Je baby gaat vaker naar iets wijzen dan voorheen en kijkt je vragend aan.
Het is niet nodig een specifieke gebarentaal te leren, je kunt gewoon de gebaren
uitbreiden die je al spontaan met je kind gebruikt. In hun boek Gebarentaal hebben
Acredolo en Goodwyn 104 babygebaren voor evenveel begrippen uitgewerkt, maar het
staat je vrij je eigen fantasie te gebruiken.
,,Babygebaren'' door Linda Acredolo en Susan Goodwyn, uitg. Terra, 160 blz.