Een CODA is een kind van dove ouders (Child Of Deaf Adults). Dit kunnen dove of horende
kinderen zijn. Bij horende kinderen van dove ouders staat het opgroeien
in twee werelden centraal, als horende in de horende wereld en als
gebarentaalgebruiker (cultureel dove) in de dovenwereld. Horende CODA´s zijn bicultureel:
zij kunnen de horendencultuur
volledig leren kennen d.m.v. het letterlijke horen. Doen is wat
anders, geluid is niet of minder belangrijk in een dove omgeving, dus
horende kinderen zijn zich niet zomaar bewust van geluid. Er is
herkenning mogelijk tussen horende en dove CODA's over het opgroeien in
een dove omgeving en de
cultuurbotsingen. Er zijn bijvoorbeeld verhalen bekend van dove
CODA's over
regels van thuis die botsen met regels op de dovenschool (immers
ingericht
door horenden). Zowel dove als horende CODA's worden meestal tweetalig opgevoed.
Vraag: CODA's vroeger en nu, wat is het verschil?
De eerste generaties CODA's werden voornamelijk
geconfronteerd met het feit dat zij moesten opgroeien bij ouders die niet toegerust waren om te functioneren
in de maatschappij, waardoor hun kinderen onevenredig belast werden.
Die pedagogische verwaarlozing was het gevolg van geen (goede)
voorlichting en informatie voor de veelal horende ouders van dove kinderen. Vele doven
zijn van jongsafaan op het internaat opgegroeid waar er horenden werken
die allen via gesproken taal met hen communiceerden. Er was geen sprake van gelijkwaardige communicatie.
Ook veel horende ouders konden moeizaam met hun dove kinderen
communiceren. Men kreeg vroeger bijvoorbeeld geen gebarentaalcursussen
aangeboden. Dat was ondenkbaar in het orale tijdperk. De dovenscholen
zorgden letterlijk voor de doven van de wieg tot het graf. Hierdoor
ontstond een aangeboren hulpeloosheid bij veel doven. De kinderen van
deze doven hingen tussen twee werelden in en moesten veel voor hun
ouders regelen. Er waren bijvoorbeeld nog geen teksttelefoons, waardoor
doven afhankelijk waren van horenden (hun kinderen) voor het contact
met de buitenwereld. Als je naar jonge volwassen
doven van tegenwoordig kijkt, dan is er een duidelijk verschil met
voorgaande generaties. Dus het probleem van overmatig belast
worden als
kind zijnde e.d. speelt steeds minder. Wel blijft het hangen tussen
twee werelden en de loyaliteitsconflicten. Maar er is steeds meer oog
voor de positieve kanten van tweetalig en bicultureel zijn!
Vraag: Wat is het verschil tussen CODA's die wel en niet in de dovengemeenschap betrokken zijn?
Horende volwassen CODA's die buiten hun ouders
weinig tot niets weten van de dovenwereld en later op een of andere wijze in die dovenwereld komen, worden veelal geconfronteerd met
hun oude vaste
denkbeelden over doven. Veel van deze coda´s denken dat alle
doven zijn zoals hun ouders. Het zou goed zijn als ze in aanraking
zouden komen met doven van nu die een goede opleiding hebben gevolgd en
gewoon kunnen meedraaien in de horende maatschappij
dan zouden ze kunnen relativeren. De
problemen uit hun jeugd hebben niet te maken met het feit dat de ouders
doof zijn, maar dat deze ouders door hun doofheid bijzonder slecht
onderwijs hebben gehad en/of velen een verwaarloosde opvoeding hebben
gehad waardoor het misgelopen is. En doordat ze doof
zijn hebben ze hun kennis niet bij kunnen stellen, want er was geen
mogelijkheid om informatie te vergaren. Het houdt dus wel verband met
het doofzijn, maar het is dus niet zo dat het alleen maar de doofheid
is. En door dit besef kunnen deze horende coda´s vaak makkelijker
met hun ouders omgaan,
onderscheid maken tussen wat zij bewust doen en wat zij niet kunnen
helpen, nooit anders geleerd hebben.
Vraag: Hoe leren horende kinderen van dove ouders praten?
In de meeste gevallen zullen dove ouders hun eigen moedertaal
(gebarentaal) aanbieden aan hun horende kinderen. Dit is niet meer dan
logisch om zodoende gelijkwaardig te kunnen communiceren. Spaanse
ouders bieden de Spaanse taal aan. Nederlandse ouders bieden de
Nederlandse taal aan en Nederlandse dove ouders bieden hun taal, de
Nederlandse Gebarentaal aan. Nu vragen veel horenden zich af hoe deze
horende kinderen dan leren spreken. Kinderen leren altijd vanzelf
spreken omdat zij kunnen horen. Kinderen pikken de taal van
hun omgeving (in dit geval het gesproken Nederlands) gewoon op. Overal
waar je als kind komt, hoor je mensen praten. Bovendien hebben dove
mensen ook leren spreken. Hun misschien vreemde stemmen zijn voor de
kinderen vertrouwd en geen probleem. Kinderen kunnen op jonge
leeftijd moeiteloos verschillende talen tegelijkertijd leren. En ze
weten deze ook moeiteloos te onderscheiden. Daarnaast zouden horende
coda´s eerder naar de peuterschool kunnen gaan om dit te
stimuleren. De taal wordt dus vanzelf opgepikt. Dit is geen probleem.
Het komt echter ook voor dat dove ouders denken dat ze moeten
spreken met hun horende kinderen. Dat heeft als gevolg dat deze
kinderen alleen de taal en stem van hun eigen ouders kennen en niet die
van andere doven. Zij zullen andere doven dus moeilijk of niet kunnen
verstaan. Ook bij hun eigen ouders kunnen frustraties optreden als
ouders en kinderen elkaar niet goed verstaan.
Veronderstelling: Alle CODA's kunnen goed gebaren
Feit: Niet alle CODA's kunnen vloeiend gebaren. Sommige dove ouders
zijn oraal (zijn opgegroeid met het leren spreken en afzien en niet met
gebarentaal) of kiezen ervoor om niet te gebaren. Ook in families waar
ouders gebaren varieert het niveau van gebaren van hun horende kinderen
enorm. Daarnaast moedigen sommige dove ouders hun kind aan om
Nederlands te spreken. De vroegere negatieve kijk op gebarentaal heeft
het verlangen van dove ouders om met hun horende kinderen te gebaren
onderdrukt.
Vraag: Welke taal kunnen dove ouders het beste aanbieden aan hun horende kinderen? Dove ouders van horende kinderen kunnen het beste hun eigen
moedertaal aanbieden aan hun horende kinderen. Hierdoor kunnen zij
moeiteloos met elkaar communiceren en ontstaan er geen frustraties,
omdat men elkaar niet begrijpt. Het goed kunnen communiceren met je
kind is een belangrijke voorwaarde voor een goede sociaal-emotionele
ontwikkeling van het kind.
Vraag: Leven horende CODA's altijd in twee werelden? Er zijn horende CODA´s die niks te maken (willen) hebben
met de dovenwereld. Er zijn ook horende CODA´s die zich juist
echt thuis voelen in de dovenwereld. Deze CODA´s kun je cultureel
doof noemen. Toch blijft het voor deze CODA´s een feit dat ze er
nooit echt bij zullen horen, omdat ze horend zijn en niet doof. Dit kan
ook verwarrend zijn voor de identiteit van horende CODA´s: heb ik
een dove of een horende identiteit of beiden? Veel horende CODA´s
worstelen hiermee tijdens de puberteit.
Vraag: Wat is de moedertaal van horende CODA's? Veel horende CODA´s in Nederland zullen aangeven dat hun
moedertaal het gesproken en geschreven Nederlands is, gebarentaal is
dan hun tweede taal. Het is veelal zo dat hun horende ouders werd
verteld dat ze moesten praten met hun kinderen omdat ze horend zijn.
Hierdoor gebruik(t)en veel horende CODA´s gebaren met Nederlands
als voertaal. Doven kregen zelf nooit het vak Nederlandse Gebarentaal
op school, zoals horenden het vak Nederlands krijgen. Ook door het
oralisme vroeger beheersen de oudere doven de Nederlandse Gebarentaal
niet altijd even goed. Doordat dove ouders niet altijd hun eigen
moedertaal aanboden aan hun horende kinderen konden kinderen en ouders
vaak niet alles even goed bespreken. Ouders communiceerden in de
Nederlandse taal die ze niet voldoende beheersden. Er bleef hierdoor
een kloof tussen de horende kinderen en hun dove ouders.
Vraag: Zijn er bijeenkomsten voor CODA's?
Er bestaat een mailinglijst, een besloten nieuwsgroep, voor horende volwassen CODA´s in
Nederland. Dit is een soort forum waar allerlei zaken worden besproken.
De mensen die lid zijn van deze lijst spreken regelmatig af om samen
een hapje te eten. Dit zijn gezellige bijeenkomsten. Voor aanmelding mail naar: info@codanederland.nl.
Door de Stichting Coda Nl werden regelmatig landelijke bijeenkomsten
georganiseerd, maar mede door de afstanden was daar niet veel
belangstelling meer voor.
Daarnaast bestaan er bij de GGZ instellingen in Nederland, zoals Psydon
, de Gelderse Roos en de doventeams groepen voor coda kinderen waarbij
deze kinderen bij elkaar komen (met de ouders ook apart) en het kind
zijn van dove ouders bespreken.
Vraag: Zijn CODA's probleemkinderen?
De meeste problemen ontstonden bij CODA´s, niet omdat hun ouders
doof zijn, maar door de situatie. Dove
ouders hadden zelf door de omstandigheden vroeger (slecht en beperkt
onderwijs en slechte opvoeding) geen goede sociale en emotionele
ontwikkeling doorgemaakt. Hierdoor kwam het vaak voor dat hun kinderen
in de ontwikkeling verder waren dan de ouders. Ze hadden hierdoor
op sommige levensterreinen of levensvragen geen raakvlakken met hun
ouders en stonden er alleen voor. Omdat ze verder waren in hun
ontwikkeling en de ouders hier niet bewust van waren ontstond er vaak
parentificatie. De kinderen gingen zich verantwoordelijk voelen voor
hun ouders en werden hierdoor in feite zelf de ouder. Door deze grote
belasting en het niet snappen van elkaars werelden hebben veel dove
ouders veel moeite gehad met de opvoeding. Veel CODA´s hebben
hierdoor te maken gehad met de hulpverlening. Nu doven meer kansen
krijgen, de maatschappij steeds meer toegankelijk wordt en er goede voorlichting
en informatie is hoeft het helemaal niet zo te zijn dat er problemen
komen doordat de ouders doof zijn en de kinderen horend.
Veronderstelling: Alle CODA's zijn overbelast en geparentificeerd
Feit: Familierollen en verantwoordelijkheden verschillen erg in gezinnen met
dove ouders. Zo ook in gezinnen met horende ouders. De buitenwereld
geeft vaak onbewust verantwoordelijkheden aan de horende zoon of
dochter. Men praat bijvoorbeeld met het kind en niet met de ouders of
verwachten dat het kind de woordvoerder is voor de ouders. Daarnaast
zijn ook veel dove ouders zich onbewust (van de gevolgen van) van hun
gedrag. Een CODA die vaak lezingen geeft, o.a. voor dove ouders van
horende kinderen, zegt hier het volgende over: "Ik mag bij lezingen
graag de vraag in de groep gooien: wie doet er thuis open als er aan
gebeld wordt? Eerst moet men dan lachen, zo'n simpele vraag, maar dan
blijkt al gauw dat de meeste ouders hun kind sturen, dat is
gemakkelijker. En als er later een half verslag volgt, krijgt het kind
op zijn kop. 'Ja, kan ik niets aandoen, ik ben doof.' zeggen de ouders
dan tegen mij. Als ik zeg: 'Je kunt wel wat doen, namelijk zelf
naar de deur gaan.' dan zijn ze vaak verbaasd. Niet aan gedacht."
Door het bewust maken van zowel de buitenwereld als de dove ouders
hoeft geen enkele CODA te beseffen/voelen dat hij/zij anders is.
Vraag: Hebben dove ouders van dove en/of horende kinderen opvoedingsondersteuning nodig?
Niet alle dove ouders van dove en of horende kinderen hebben
opvoedingsondersteuning nodig. Veel dove ouders zijn zich hun situatie
bewust en hebben voldoende informatie en voorlichting gekregen. De dove
ouders die nog niet zover zijn of tegen moeilijkheden aanlopen kunnen
o.a. terecht bij de vijf GGZ instellingen voor doven in Nederland voor
opvoedingsondersteuning.
Vraag: Is het goed dat CODA's tolken voor hun ouders?
Nee, het is niet goed dat CODA´s regelmatig tolken bij officiële gesprekken voor
hun ouders. CODA´s zijn kinderen en geen tolken van hun ouders.
Hiermee krijg je een andere rolverdeling binnen het gezin en kunnen
conflicten ontstaan. Het is daarnaast niet goed om kinderen te belasten
met allerlei zaken, waar ze nog niet aan toe zijn. Hierdoor ontstaat er
een afhankelijkheidsrelatie tussen ouder en kind. Dove ouders krijgen
30 tolkuren per jaar (leefuren) om tolken Nederlandse Gebarentaal in te
zetten bij allerlei situaties. Die kunnen ze hiervoor gebruiken.
Vraag: Waarom kunnen baby CODA's vaak eerder met hun ouders communiceren?
Pas
wanneer een kind anderhalf-twee jaar is, komt de taalontwikkeling
centraal te staan. Tot die tijd is de communicatie veelal beperkt tot
non-verbale communicatie. Dove ouders bieden hun kinderen meteen vanaf
de geboorte gebarentaal aan. Hierdoor kan vanaf vroege leeftijd (negen
maanden) al gecommuniceerd worden.
Zie ook volgende artikel: Babygebaren
Vraag: Zijn horende coda´s slimmer omdat ze tweetalig worden opgevoed? Horende
baby's die opgroeien met baby-gebaren scoren op 8-jarige
leeftijd hoger op IQ-tests, zo is gebleken uit onderzoek. De schrijvers
van het boek ´Babygebaren´ noemen dit wel, maar
relativeren het ook. Het gaat er volgens hen
om dat baby's die kunnen communiceren gelukkiger zijn. Het gebruik van
baby-gebaren vergroot het wederzijds begrip en versterkt de band tussen
ouders en kind (en eventuele andere kinderen in het gezin). Alle
moeders over de hele wereld hebben een eigen taal met hun kinderen
voordat die kunnen spreken, daar verbaast niemand zich over. Zie ook volgende artikel: Horende baby's brabbelen met hun handen
Vraag: Ik heb advies nodig...
Vraag: Mijn situatie is... waar kan ik terecht?
Stichting CODA bestaat uit vrijwilligers, bestuursleden, die
zelf CODA zijn. Je kunt hier terecht voor informatie of advies.
Daarnaast kun je o.a. terecht bij de vijf GGZ doventeams in Nederland:
De Riethorst (Ede) is een
landelijk gespecialiseerd centrum voor geestelijke gezondheidszorg voor
doven en slechthorenden te Ede. In januari worden er twee groepen
opgestart. Een CODA-groep voor kinderen van 8 - 12 jaar en de
oudergroep voor dove ouders van kinderen.
De Riethorst
afd. doven en slechthorenden Landelijk GGZ-centrum De Riethorst Bezoekadres Willy Brandtlaan 20 6716 RR Ede T. (0318) 43 34 00 F. (0318) 43 36 88 Teksttelefoon (0318) 43 36 00 E. infodoven-slechthorenden@degelderseroos.nl Correspondentieadres Postbus 70 6710 BB Ede
I.: www.degelderseroos.nl
Regio:
Gelderland,Utrecht, Overijssel,Noord-Noord
Brabant
PsyDoN
(Amsterdam) staat voor Psychische Hulpverlening aan Doven en Slechthorenden Noord
West Nederland en Flevoland. PsyDoN werkt supra-regionaal en biedt
ambulante specialistische hulp op het gebied van psychische,
psychosociale en psychiatrische problematiek. In samenwerking met de
Stichting Gezinsbegeleiding Amsterdam (SGA) is de opvoedcursus voor
dove ouders van horende/dove kinderen van 0 – 7 jaar ontwikkeld.
Doel van deze cursus is dove ouders bewust te laten worden van de rol
van de doofheid en het doofzijn tijdens de opvoeding. Tegelijkertijd
krijgen de ouders handvatten om doofheid een plaats te geven in de
opvoeding, zowel in het gezin als buiten het gezin. Cursus CODA-groep:
deze groep is bedoeld voor kinderen/jongeren tussen de 10 en 15 jaar,
wier ouders in de hier bovenstaande groep deelnemen. Op speelse wijze
wordt in deze groep de prettige en minder prettige zaken rond het thema
“kind zijn van dove ouders uit een andere cultuur”
besproken. PsyDoN
Keizersgracht 572
1017 EM AMSTERDAM T.: 020 590 4300 TT.: 020 590 4302 F.: 020 590 4301 E.: info@psydon.nl
I.: www.psydon.nl Regio: Noord-Holland en Flevoland
Verder bestaan er de doventeams:
Doventeam Zuid-West Nederland,
Het doventeam is onderdeel van Bavo-Europoort
Twentestraat 52
3083 BD Rotterdam
T.: 010-496 05 35
TT.: 010-496 06 97
F: 010-496 08 27
Sms: 06-525 682 35
E.:info@doventeam.nl I.: www.doventeam.nl
Regio:
Zuid-Holland,Zeeland,Westelijk Noord-Brabant Doventeam Noord-Nederland
Postbus 86
9700 AB GRONINGEN
T.: 050 5223311
TT.: 050 5223229
F.: 050 5223333
E.: doventeam@ggzgroningen.nl I.: www.ggzgroningen.nl Regio:
Groningen,Friesland,Drenthe Doventeam-Zuid
(RIAGG Midden-Limburg)
Vogelsbleek 7
6001 BE WEERT
T.: 0495 572021
TT.: 0495 572022
F: 0495 572011
E.: tds@riaggzuid.nl
I.: www.riaggzuid.nl
Regio: Oostelijk
Noord-Brabant, Limburg
Vraag: Mijn vraag staat er niet bij....
Als jouw vraag er niet bijstaat, kun je hem mailen naar: info @ codanederland.nl