![]() |
|
Home | CODA | Stichting CODA | DOHK | Nieuws | Agenda | Veelgestelde vragen | Publicaties |
Dovengeschiedenis| Levensverhalen | Door CODA's | Contact |

Onlangs
heeft Lissa Zeviar, woonachtig in Amsterdam, een boek geschreven over
Babygebaren. Deze maand is hij uitgekomen. Het is een boek voor horende
ouders met horende kinderen en bevat gebaren uit de NLSe Gebarentaal.
Het is een mooi boek geworden met nuttige informatie over de meerwaarde
van het gebruik van gebaren in de opvoeding. Het boek is o.a. te koop
bij de Bruna voor € 18,95.
donderdag 2 april Taart van Abel, zondag 5 april, 9:35 uurSilke vindt dit zo bijzonder en gezellig, dat ze de woongroep graag
iets terug wil geven; een enorme tuin-taart! Met Abel kletst ze,
tijdens het marsepein rollen en cake snijden, over de bijzonderheden
van deze woongroep en haar leven met dove ouders. Is dit nu een
voordeel of een nadeel?
Kijk zondag om 9:35 uur Z@pp ned 3 en voor tips hoe lekkere taarten te bakken, check je http://www.taartenvanabel.nl







Van 10-13 juli wordt in Indianapolis de Codapolis conferentie gehouden.
Een conferentie voor alle coda's uit allerlei landen.


Pepsi heeft net een uiterst unieke nieuwe reclamecommercial vrijgegeven
die tijdens de Super Bowl vertoond zal worden. 
Gemeentelijk Lyceum, Dordrecht (1976)
Hear and Now
| Tuschinski 4 | za 24 nov. | 14:45 | |
| Tuschinski 2 | zo 25 nov. | 10:00 | |
| Tuschinski 1 | wo 28 nov. | 13:45 | |
| Munt 13 | zo 02 dec. | 12:00 |

Het dagprogramma bestond uit workshops rond verschillende themas; Leeftijd, gezinsindeling, wel/niet werken met doven, wel/niet opgroeien
met gebaren, emoties, herinneringen, enz. Maar minstens net zo waardevol zijn de gesprekken tussen de workshops door.Heel aangrijpend
was de presentatie van de Codas uit Kosovo over hun ervaringen in de Kosovo oorlog.
Het avond programma bestond uit de notekey speech, een veiling en entertainment. Na afloop van het officiële programma, was er het open
podium van de hospitality room. Diverse verhalen werden verteld. Diverse liederen vertolkt. Dit was TOP.Het waren 4 dagen, het voelde aan als 4
weken.
Henri.

Alan Abarbanell is de jongste zoon van dove ouders.
Jarenlang was hij als verhalenverteller een graag geziene gast op congressen,
conferenties en andere bijeenkomsten. Vanaf 2004 reist hij met zijn one-man
show, de Abababa Road Tour, door de
Verenigde Staten. En nu komt hij eindelijk naar Europa. Op zaterdag 15 september treedt hij op in Cultureel
Centrum ’t OOG in Amsterdam. De voorstelling begint om 20:30 uur.Abababa is de artiestennaam
van Alan Abarbanell. Hij kreeg de naam van een vriend die Abarbanell niet kon
uitspreken. Alan laat tijdens zijn show verschillende karakters zien van dove
en horende mensen uit zijn directe omgeving, familieleden, vrienden en leraren.
Op grappige wijze maakt hij zichtbaar en voelbaar wat het betekent om als
horend kind van dove ouders in de wereld te staan, in twee werelden beter
gezegd: de wereld van de doven en van de horenden.
De show is een ode aan zijn ouders die in 1988 zijn overleden.
Op zaterdagmiddag 15
september geeft Alan ook een workshop ‘Verhalen vertellen’. Deze bijzondere
workshop is speciaal bedoeld voor horende kinderen van dove ouders (CODA) en
voor doven.
Alan geeft zijn show en workshop in American Sign Language (ASL) en gesproken
Engels. Gerdinand Wagenaar vertaalt de show en de workshop in de Nederlandse
Gebarentaal.
Reserveringen:
info@ccoog.nl. Meer informatie over de show kunt u vinden op
www.abababatour.com. Voor wijzigingen en actuele informatie zie www.ccoog.nl.
De komst van Alan
Abarbanell naar Nederland is het resultaat van de samenwerking tussen Stichting
CODA Nederland en Cultureel Centrum ’t OOG en is financieel mogelijk gemaakt
door het Fonds Stichting Gehandicapten Overleg Amsterdam en de Fundatie van den
Santheuvel, Sobbe.





Ga je op kraamvisite? Of ben je bij mensen uitgenodigd voor
wie gebarentaal ook een belangrijk deel van hun leven is?

Op
zondag 29 april 2007 vindt in Hoogeveen bij de SWDD (Stichting Welzijn
Doven Drenthe) Vader Moeder Doof Dag 2007 plaats. In samenwerking met
SDWW en werkgroep HoDo organiseert Stichting CODA deze dag.






Kader
Abdolah werd in 1954 geboren in Iran. Hij groeide op in een religieuze
familie. Zijn betovergrootvader - die premier van Perzië en
dichter was
- werd door de mannen van de sjah vermoord. De vader van Kader Abdolah
was tapijtknoper in de zeer religieuze stad Arak. Hij was doofstom en
Kader Abdolah kreeg als jongetje de vaderrol opgelegd. Hij zorgde voor
zijn vier zussen en een broertje. Zijn oom - die bij hen woonde -
leerde hem de Perzische klassiekers kennen. In 1972 ging Kader Abdolah
natuurkunde studeren in Teheran en hij rolde al snel in het - linkse -
studentenverzet tegen het dictatoriale regime van de sjah. Deze groep
is grotendeels uitgemoord, eerst door de volgelingen van de sjah, later
door die van Khomeiny. Kader Abdolah schreef twee clandestiene boeken.
In 1985 werd de situatie te gevaarlijk en Abdolah vertrok uit Iran. In
1988 kwam hij naar Nederland. Zijn broer is vermoord, zijn zus belandde
in de gevangenis.In korte tijd maakte Abdolah zich de Nederlandse taal
eigen en hij schrijft zijn boeken dan ook in het Nederlands. Deze lezing zal worden gehouden op zondag 29 oktober om 14.00 uur op het hoofdkantoor van NS te Utrecht. Inschrijven voor deze lezing kan tot 6 oktober. Zie www.tijdvoorlezen.nl.






Ga eens verder dan het poelepoele gebrabbel. Communiceren met je baby kan namelijk al vanaf zes maanden. Hoe? Via gebarentaal. Het begint allemaal met de woorden ''eten'', ''meer'' en ''melk''. Inderdaad geen onbelangrijke woorden als je baby bent.
Jonge (horende) ouders en hun kroost kunnen sinds vorig jaar in de hoofdstad op een cursus babygebaren. Doel: beter communiceren. Al na acht weken geeft het kind zelf met het gebaar voor melk aan dat het honger heeft.
,,Sommige ouders willen niet wachten tot hun kind gaat praten,’’ zegt cursusleidster Lissa Zeviar. ,,De workshop leert hen de gebaren en hoe ze die overbrengen op hun kind. Een baby kan zo al heel vroeg zijn behoeften uitdrukken. De associatieve vermogens zijn namelijk al in de zesde maand aanwezig, en terug gebaren kan al vanaf acht maanden. ‘Melk’ bijvoorbeeld beeld je uit door met je hand zogenaamd een koe te melken. Door dat steeds te herhalen terwijl je het woord uitspreekt, leert je kind het ook. In de cursus komen ook de gebaren voor hulp en pijn aan bod. Heel nuttige woorden, inderdaad.’’
In Amerika zijn de babycursussen inmiddels een groot succes. Of dat in Nederland ook gebeurt, is nog even afwachten. Toch krijgt Lissa veel positieve reacties. Van jonge moeder Erika Caballero Urbina bijvoorbeeld, die met beide dochters op cursus ging. Haar oudste dochter huilde veel en Erika wilde weten waarom. ,,Drie weken na de cursus was het weer raak en wist ik niet wat er scheelde. Tot Rocío het gebaar voor melk maakte en ik dus wist dat ze honger had. Ik kon wel huilen van ontroering. Er zijn ook andere voordelen. Rocío kent het teken voor pijn, en kan me nu vertellen wat er aan de hand is.’’
En babygebaren hebben meer gunstige effecten, meent instructrice Lissa. Kinderen die al op jonge leeftijd gebaren leren, zouden volgens Amerikaanse onderzoekers eerder gaan praten. Daarnaast blijken ze meer gestimuleerd om te leren lezen en verhoogt de taal hun zelfvertrouwen, laat ze weten.
Ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet hoort het allemaal een beetje sceptisch aan. Volgens hem moeten we geen grote wonderen verwachten. ,,Het is moeilijk te overzien of alle tijd en energie bij elk kind lonen. Maar er valt op zich wel iets te zeggen voor gebarentaal. Ze brabbelen vanaf de achtste maand, gebaren en imiteren dingen die je als ouder zegt of doet. Het kan heel goed dat ze zich die babygebaren eigen maken en ik zie er ook geen kwaad in. Een baby kan tussen de achtste en twaalfde maand zo’n twintig gebaren leren. Belangrijk is wel dat je de klanken niet verwaarloost en dat je ook gewoon tegen je kind blijft praten.’’
Dat de spraakontwikkeling wordt bespoedigd, is volgens Vervaet echter onzin. Het begin daarvan hangt namelijk af van neurologische aspecten.
Moeder Erika ‘spreekt’ thuis ondertussen nog volop de nieuwe taal. Er is alleen wel een klein ‘minpuntje’. ,,Een van de eerste woorden die ze leren is ‘meer’. En geloof me: dat gebruikt Rocío nu te pas en te onpas. Meer Teletubbies, meer eten, meer van alles!’’
Bron: AD.nl

Vader-Moeder-Doof-Dag op
zaterdag 20 mei 2006
“Ach, zijn jouw
ouders doof? Zorg maar goed voor ze”
“Hoe hebben jullie
dan leren praten?”
Stichting CODA (Children Of Deaf Adults) organiseert samen
met Swedoro, de werkgroep DOHK (Dove Ouders Horende Kinderen)
Vader-Moeder-Doof-Dag voor kinderen van dove ouders. Op
zaterdag 20 mei vinden
van 11.00 – 18.00 uur allerlei feestelijke activiteiten plaats in het
dovenontmoetingscentrum Swedoro te Rotterdam. Het doel van deze dag is plezier
hebben met
elkaar, ervaringen uitwisselen en leren van elkaar. Iedereen is van
harte welkom, van klein tot groot.
90% Van de dove ouders heeft horende kinderen. Deze kinderen
zijn horend, maar voelen zich vaak doof. Ze groeien op in de dovencultuur.
Zodra ze in de puberteit komen, groeien ze vaak naar de horende wereld toe.
Veel horende kinderen van dove ouders voelen zich thuis in de dovenwereld. Ze
zijn bi-cultureel. Ze groeien op in twee werelden en met twee talen, de Nederlandse
Gebarentaal en het Nederlands. Voor deze horende kinderen, maar ook voor hun
dove ouders, is dit niet altijd makkelijk. Hier staat tegenover dat veel
kinderen het een verrijking vinden om op te groeien in deze visuele,
expressieve wereld en de gebarentaal te beheersen.
Tijdens de dag zelf zijn er diverse activiteiten waarvoor kinderen zich op kunnen geven. Er zijn drie leeftijdsgroepen gemaakt: 0 t/m 2 jaar, 3 t/m 11 jaar, 12 t/m 17 jaar. Er is babykamer aanwezig, zodat alle moeders en vaders hun handen vrij hebben. Vrijwilligers dragen zorg voor de middagdutjes van de baby’s, het verschonen van de luiers en het voeden van de baby‘s. Voor de grotere kinderen is er een gymzaal gehuurd waar allerlei leuke activiteiten plaatsvinden. Er is een poffertjeskraam, een speeltuin en een informatiekraam. Daarnaast kunnen kinderen van 12 t/m17 jaar via een opstel hun ervaringen vertellen over hoe het is om dove ouders te hebben. Er is namelijk een wedstrijd uitgeschreven: ‘wie is de beste, creatiefste opstelschrijver?’. Er zijn mooie prijzen te winnen. Ook is er voor deze kinderen een leuk educatief programma.
Voor jongeren boven de 17 jaar en volwassenen is een apart programma opgezet. Drie krachtige vrouwen verzorgen een lezing. Heinke Nederlof, oudste CODA-kind, vertelt over Stichting CODA. Deze stichting viert dit jaar haar 20-jarig bestaan. Daarnaast vertelt ze hoe het voor haar was om op te groeien met dove ouders. Jeantine Janse, dove moeder van horende kinderen en maatschappelijk werkende en gedragstherapeut van beroep, vertelt over haar ervaringen als dove moeder. Tot slot vertelt Heddy de Man-Wolff, medeoprichtster van DOHK, over de werkgroep Dove Ouders Horende Kinderen. Ook is er een OOGgetuigen debat, een Open Podium en er worden verschillende films vertoond over kinderen van dove ouders. Er zijn gebarentolken aanwezig.
Voor meer informatie, het programma en deelname kunt u kijken op de websites: www.codanederland.nl en www.swedoro.nl. U kunt uw vragen mailen naar info@swedoro.nl.
Zie voor het programma: Swedoro project 20mei06kleur.pdf
DEN DOLDER
- Ook voordat de tolk gebarentaal gearriveerd is, is het nog prima communiceren
met Corrie Tijsseling. Ze praat verrassend duidelijk en op normaal volume. Volgt
nauwkeurig iedere beweging van mond en ogen om vervolgens de gewenste koffie met
melk te maken. Als haar signaalhond Fan Fan dan opspringt en druk begint te
kwispelen, weet Corrie dat er een sms'je op haar telefoon is binnengekomen. "De
tolk. Ze is er met vijf minuutjes ", laat Corrie weten.
39 jaar is deze nuchtere vrouw die werd geboren uit een vader én moeder met het syndroom van Usher, een zeldzame genetische afwijking die leidt tot doofheid, en veelal blindheid op latere leeftijd. Corrie zelf hield er een nóg zeldzamer genetisch defect aan over dat weliswaar haar ogen spaarde, maar zelfs het minste piepje geluid op jonge leeftijd voorgoed deed verstillen.
Ze is inmiddels getrouwd, kreeg twee beeldschone kinderen en doet momenteel promotieonderzoek aan de Universiteit van Utrecht. Onlangs verscheen een bewerking van haar afstudeerscriptie in boekvorm Anders doof zijn (uitgeverij Van Tricht). Belangrijkste conclusie: vroegdove kinderen én hun ouders zouden veel meer en intensiever dan nu in contact moeten komen met een visuele (gebaren)taal. "Nog altijd wordt gebarentaal slechts gezien als gereedschap, als hulpmiddel om tot de verwerving van een gesproken taal te komen. Terwijl een visuele taal volgens mij juist het einddoel zou moeten zijn", stelt Corrie.
De bottleneck zit 'm in het feit dat 90 tot 95 procent van de vroegdove kinderen horende ouders heeft. "Gebarentaal is niet zo makkelijk geleerd en het aanbod van uitgebreide cursussen beperkt. Het gevolg is dat de opvoeding van menig vroegdoof kind vooral gericht zal zijn op onze auditief ingestelde maatschappij. Het kind zal daardoor nooit echt ergens bij horen; bij de horende noch de dovengemeenschap. Het zal zich altijd als een Nederlander tussen de Chinezen wanen."
mailto:info@variatio.nl. Alvast hartelijk dank!

The Abababa Road Tour






"Ach, zijn jouw ouders doof? Zorg maar goed voor ze''
Stichting CODA (Children Of Deaf Adults) organiseert samen met Swedoro,
de werkgroep DOHK (Dove Ouders Horende Kinderen) Vader-Moeder-Doof-Dag
voor kinderen van dove ouders. Op zaterdag 20 mei vinden van 11.00 -
18.00 uur allerlei feestelijke activiteiten plaats in het
dovenontmoetingscentrum Swedoro te Rotterdam.
Het doel van deze dag is plezier hebben met elkaar, ervaringen uitwisselen en leren van elkaar. Iedereen is van harte welkom, van klein tot groot.
“Hoe hebben jullie dan leren praten?”
90% Van de dove ouders heeft horende kinderen. Deze kinderen zijn horend, maar voelen zich vaak doof. Ze groeien op in de dovencultuur. Zodra ze in de puberteit komen, groeien ze vaak naar de horende wereld toe. Veel horende kinderen van dove ouders voelen zich thuis in de dovenwereld. Ze zijn bi-cultureel. Ze groeien op in twee werelden en met twee talen, de Nederlandse Gebarentaal en het Nederlands. Voor deze horende kinderen, maar ook voor hun dove ouders, is dit niet altijd makkelijk. Hier staat tegenover dat veel kinderen het een verrijking vinden om op te groeien in deze visuele, expressieve wereld en de gebarentaal te beheersen.
Tijdens de dag zelf zijn er diverse activiteiten waarvoor kinderen zich op kunnen geven. Er zijn drie leeftijdsgroepen gemaakt: 0 t/m 2 jaar, 3 t/m 11 jaar, 12 t/m 17 jaar. Er is babykamer aanwezig, zodat alle moeders en vaders hun handen vrij hebben. Vrijwilligers dragen zorg voor de middagdutjes van de baby’s, het verschonen van de luiers en het voeden van de baby‘s. Voor de grotere kinderen is er een gymzaal gehuurd waar allerlei leuke activiteiten plaatsvinden. Er is een poffertjeskraam, een speeltuin en een informatiekraam. Daarnaast kunnen kinderen van 12 t/m17 jaar via een opstel hun ervaringen vertellen over hoe het is om dove ouders te hebben. Er is namelijk een wedstrijd uitgeschreven: ‘wie is de beste, creatiefste opstelschrijver?’. Er zijn mooie prijzen te winnen. Ook is er voor deze kinderen een leuk educatief programma.
Voor jongeren boven de 17 jaar en volwassenen is een apart programma opgezet. Drie krachtige vrouwen verzorgen een lezing. Heinke Nederlof, oudste CODA-kind, vertelt over Stichting CODA. Deze stichting viert dit jaar haar 20-jarig bestaan. Daarnaast vertelt ze hoe het voor haar was om op te groeien met dove ouders. Jeantine Janse, dove moeder van horende kinderen en maatschappelijk werkende en gedragstherapeut van beroep, vertelt over haar ervaringen als dove moeder. Tot slot vertelt Heddy de Man-Wolff, medeoprichtster van DOHK, over de werkgroep Dove Ouders Horende Kinderen. Ook is er een OOGgetuigen debat, een Open Podium en er worden verschillende films vertoond over kinderen van dove ouders. Er zijn gebarentolken aanwezig.
Voor meer informatie, het programma en deelname kunt u kijken op de websites: www.codanederland.nl en www.swedoro.nl. U kunt uw vragen mailen naar info@swedoro.nl. Of bekijk het programma (PDF).


DEN
DOLDER - Ook voordat de tolk gebarentaal gearriveerd is, is het nog
prima communiceren met Corrie Tijsseling. Ze praat verrassend duidelijk
en op normaal volume. Volgt nauwkeurig iedere beweging van mond en ogen
om vervolgens de gewenste koffie met melk te maken. Als haar
signaalhond Fan Fan dan opspringt en druk begint te kwispelen, weet
Corrie dat er een sms'je op haar telefoon is binnengekomen. "De tolk.
Ze is er met vijf minuutjes ", laat Corrie weten.
39 jaar is deze nuchtere vrouw die werd geboren uit een vader én moeder met het syndroom van Usher, een zeldzame genetische afwijking die leidt tot doofheid, en veelal blindheid op latere leeftijd. Corrie zelf hield er een nóg zeldzamer genetisch defect aan over dat weliswaar haar ogen spaarde, maar zelfs het minste piepje geluid op jonge leeftijd voorgoed deed verstillen.
Ze is inmiddels getrouwd, kreeg twee beeldschone kinderen en doet momenteel promotieonderzoek aan de Universiteit van Utrecht. Onlangs verscheen een bewerking van haar afstudeerscriptie in boekvorm Anders doof zijn (uitgeverij Van Tricht). Belangrijkste conclusie: vroegdove kinderen én hun ouders zouden veel meer en intensiever dan nu in contact moeten komen met een visuele (gebaren)taal. "Nog altijd wordt gebarentaal slechts gezien als gereedschap, als hulpmiddel om tot de verwerving van een gesproken taal te komen. Terwijl een visuele taal volgens mij juist het einddoel zou moeten zijn", stelt Corrie.
De bottleneck zit 'm in het feit dat 90 tot 95 procent van de vroegdove kinderen horende ouders heeft. "Gebarentaal is niet zo makkelijk geleerd en het aanbod van uitgebreide cursussen beperkt. Het gevolg is dat de opvoeding van menig vroegdoof kind vooral gericht zal zijn op onze auditief ingestelde maatschappij. Het kind zal daardoor nooit echt ergens bij horen; bij de horende noch de dovengemeenschap. Het zal zich altijd als een Nederlander tussen de Chinezen wanen."
Corrie beschrijft op wetenschappelijke doch toegankelijke wijze over de totaal verschillende ontwikkeling van gesproken en visuele taal in de hersenen. Ze bespreekt bovendien de meest uiteenlopende problemen waarmee vroegdoven als gevolg van communicatiearmoede in de eerste levensjaren te maken zullen krijgen. Van eenzaamheid en drugsgebruik tot identiteits- en gedragsproblemen. Zij doet dan ook een dringend beroep op het ouderlijk geweten: "Ervan uitgaand dat dove kinderen recht hebben op een gebarentalige omgeving, mag dan van hun horende ouders worden verwacht, verlangd, zelfs geëist dat ze daarin voorzien?"
Over haar eigen doof zijn is Corrie Tijsseling vrij nonchalant. "Met twee dove ouders ben ik tweetalig opgevoed. Een groot goed. Doof zijn is voor mij geen onoverkomelijk probleem gebleken om gelukkig te worden. Het zijn niet de vogeltjes of muziek die ik mis, eerder de toegang tot de maatschappij." En dat kan soms lastige situaties opleveren: "Zit ik in de trein te lezen, mis ik bijvoorbeeld de vraag van de conducteur om mijn kaartje te tonen. Krijg ik ineens een stevige por met de opmerking of ik soms doof ben." Spottend: "Dan roep ik 'ja, toevallig ben ik dat'."
Voetbaltoernooi
"Of de keer dat mijn zoon door een op het
laatste moment verschoven afspraak een voetbaltoernooi van school miste. Alle
moeders wisten het, alleen ik had het niet meegekregen. Mijn zoon was verdrietig
en boos op me. Maar dat vind ik dan vooral rot voor hem. Net als dat hij of zijn
zus wel eens gepest wordt met hun dove moeder. Dan hoor ik 's middags na veel
aandringen bij verdrietige gezichtjes dat klasgenootjes kennelijk achter mijn
rug hebben staan roepen naar me. Vervelend voor mijn kinderen, maar wat mij
betreft: hoort het niet, schaadt het niet."
Het zijn enkele van de vele anekdotes die ze met een grote dosis zelfspot de revue laat passeren. "Dat moet kunnen toch. Met zielig doen bereik je weinig. Die instelling heb ik van mijn vader. Die is altijd hard geweest voor zichzelf, maar ook voor mij en mijn twee dove broers. Ik kan me nog goed zijn reactie herinneren toen ik bijna onder een auto was geraakt. Ik was nog klein, speelde buiten en werd ineens abrupt door een buurman van straat gevist. Toen ik behoorlijk geschrokken thuis werd afgeleverd door die meneer, kreeg ik geen greintje medelijden van mijn vader, maar een pets om mijn oren. Op mijn verweer dat ik die hele auto dus niet gehoord had, zei hij alleen maar: 'Je hebt toch een paar ogen gekregen, gebruik ze dan ook!'" Ze moet er opnieuw om lachen. "Daarmee kom ik meteen op een ander kernpunt uit mijn betoog: de beschermde manier van opvoeden van dove kinderen. Deze groep, toch al van onderzoek naar onderzoek gesleept, wordt hun leven lang als probleem en patiënt beschouwd. Nog afgezien van de moeizame communicatie die tussen de horende ouders en hun dove kind zal plaatsvinden, zullen zij met handschoentjes worden aangepakt. Liefdevolle verwaarlozing, zoals dat met een mooi woord heet, zal een doof kind niet snel overkomen. Eerder een liefdevolle verstikking. Veel dove kinderen staan daarom bijvoorbeeld bekend als egocentrisch en onbuigzaam. "
Corrie, die als jong meisje aanvankelijk nog met grote gehoorapparaten regulier onderwijs volgde, deed uiteindelijk examen mavo in het speciaal onderwijs. "Zoals de meeste doven kreeg ik werk als hovenier. Ik trouwde en kreeg kinderen. Toch voelde ik me onrustig. Ik wilde meer, studeren, me verder ontwikkelen. Maar hoe doe je dat met slechts een mavo-diploma en ontelbare obstakels?" En dan blijkt er zoiets te bestaan als een toelatingsexamen voor de universiteit. En beschikt Corrie ook nog eens over een prettige dosis intelligentie, leerprestaties en doorzettingsvermogen.
Prestatie
Hoewel er eerst nog een twee jaar durende
rechtszaak aan te pas moest komen voordat een tolkvoorziening werd toegekend -
"mijn studie was immers geen middel om een baan te vinden, ik had juist ontslag
genomen om mezelf verder te kunnen ontplooien" - begint Corrie dan in 1999 aan
een studie theoretische en historische pedagogiek, om in 2005 af te studeren.
"Een tour de force", zoals ook een van de professoren in het voorwoord van haar
boek zegt, "die bovendien weinigen zal zijn gegeven. Al was het maar omdat de
universiteit niet de meest dovenvriendelijke omgeving is."
Weemoedig denkt Corrie aan haar vader, die de presentatie van haar werk niet meer heeft mogen meemaken. "Afgelopen november stierf hij. Zijn foto prijkt op het boek, maar dat had hij sowieso niet meer kunnen zien. Met vijftig jaar raakte hij ook zijn zicht kwijt. Kijk, dát is pas een probleem. "
"Nee, ik vond mijn dove ouders nooit zielig. Wel vond ik het sneu dat mensen nooit zagen wat een mooie, slimme en lieve man mijn vader was. Hij heeft zijn leven lang geprobeerd zo goed mogelijk te praten. Wij mochten bijvoorbeeld nooit in het openbaar gebarentaal gebruiken. Maar zodra hij zijn mond opendeed, kon hij steevast rekenen op een blik vol afgrijzen. Dan zag je die mensen terugdeinzen alsof er staatsgevaarlijke gestoorde was losgelaten. En zo zal het veel doven vergaan", zegt Corrie, die er daarom voor pleit niet zo eindeloos te hameren op spraaklessen bij dove kinderen. "Besteed die tijd liever aan lezen, schrijven en kennis vergaren. Want het kennis- en onderwijsniveau van dove kinderen is bedroevend."
Corrie Tijsseling hoopt met haar werk - en de vele adviezen en lezingen die ze als inspirerend voorbeeld van succesvol functioneren met een gehoorbeperking geeft - de doven- en horende gemeenschap dichter bij elkaar te brengen.
Bron: Telegraaf.nl


19 januari 2006 Jenny (kind van dove ouders) bij Jeugdjournaal

Wie kan horen, ziet een doof kind vaak als gebrekkig. Fout, vindt Corrie Tijsseling. Een doof kind mist het horen niet, het is een visueel kind. Ouders moeten daar volgens haar veel meer aandacht voor hebben. Gisteren werd haar boek gepresenteerd in dovencentrum De Gelderhorst in Ede.



De Koninklijke Effatha Guyot Groep zoekt pleegouders voor dove of slechthorende kinderen.
Deze vaak kwetsbare kinderen zijn gebaat bij aandacht van vaste opvoeder(s).Het gaat om kinderen die veel hebben meegemaakt en voor wie het belangrijk is dat ze in een omgeving wonen die hen begrijpt en die zij kunnen begrijpen.
Van pleegouders verwachten wij dat ze bekend zijn met gebarentaal (of bereid zijn dat te leren) en het leuk vinden om tijd, energie en aandacht in een kind te investeren.
We zoeken pleeggezinnen in de Randstad (omgeving Zoetermeer, Den Haag, Amsterdam) die het leuk vinden om 1 à 2 keer per maand, een kind in hun gezin op te nemen. Daarnaast zoeken wij ook pleegouders waar een kind tijdelijk kan wonen, bijvoorbeeld omdat het thuis even niet meer gaat.
Ook voor (horende) kinderen van dove ouders zoeken wij mensen die bekend zijn met gebarentaal zodat er met de ouders gecommuniceerd kan worden. Wij bieden u een gedegen voorbereiding, ondersteuning en begeleiding tijdens de plaatsing en een onkostenvergoeding. Eventueel kunt u een gebarencursus volgen.
Interesse?
Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek 079- 3294772/3294654 of mail naar pleegzorg@effathaguyot.nl
Meer informatie vindt u op de website van KEGG.

CODA in Apeldoorn

In Amerika is elf jaar geleden een boek geschreven over CODA´s.
Paul Preston schreef dit boek, het is het resultaat


Baby's die opgroeien met baby-gebaren scoren op 8-jarige leeftijd hoger op IQ-tests, zo is gebleken uit onderzoek. De schrijvers zelf noemen dit wel, maar relativeren het ook. Het gaat er volgens hen om dat baby's die kunnen communiceren gelukkiger zijn. Het gebruik van baby-gebaren vergroot het wederzijds begrip en versterkt de band tussen ouders en kind (en eventuele andere kinderen in het gezin).
Babygebaren - Praat al met je baby vóór hij iets kan zeggen
door: Linda Acredolo en Susan Goodwyn
uitg.: Terra
ISBN 90 5897 165 1
prijs: EUR 16,95

Lissa Zeviar is geboren in Canada, Montreal. Ze heeft dove ouders en
gebaarde al toen ze acht maanden oud 
Corrie Tijsseling is kind van dove ouders. Zij studeerde pedagogiek aan
de Universiteit van Utrecht en ISBN: 9077822119 – W • circa 130 blz. • 16 x 24 cm
Prijs: circa c
22,50 •
NUR-code: 849 • EAN-code: 978907782211
Dit boek verschijnt in december
2005

WFD - CODA conferentie 2007
